Vaktermen beknopt en begrijpelijk uitgelegd

Aanwezigheidsmelder

Aanwezigheidsmelders werken met de PIR- of HF-technologie en hebben bovendien een of meer lichtsensoren. Wanneer een beweging wordt waargenomen en de lichtsterkte onder de ingestelde luxwaarde ligt, wordt de verlichting ingeschakeld. Aanwezigheidsmelders beschikken over zeer gevoelige sensoren en zijn in staat om zelfs de kleinste bewegingen zoals typen op het toetsenbord of het bewegen van de muis te detecteren.

Anders dan bij de bewegingsmelder meet de aanwezigheidsmelder permanent de lichtsterkte. Dit betekent dat bij voldoende helderheid vanwege daglicht het kunstlicht wordt uitgeschakeld, ook wanneer de melder nog beweging detecteert. Daarom zijn aanwezigheidsmelders bij uitstek geschikt voor ruimten waarin zich permanent personen bevinden.

Afdeklamellen

(ook wel 'blinds' genoemd) zorgen ervoor dat het detectiebereik van melders kan worden aangepast aan de eisen van een bepaalde locatie. Ze worden op de lens van de melder vastgeklikt.

Akoestische sensor

Sommige B.E.G.-melders beschikken over een extra akoestische sensor. Via deze sensor kan de verlichting na de nalooptijd door geluid weer worden geactiveerd. Dit is met name handig voor ruimten waar de bewegingsdetectie niet overal kan komen (bijv. in toiletruimten).

Analoge schakelklok

Analoge schakelklokken werken volgens een mechanisch werkingsprincipe. In de regel beschikken analoge schakelklokken over een schakelaar waarmee de klok permanent kan worden in- of uitgeschakeld, of in de automatische modus kan worden gezet. De schakeltijden worden ingesteld via schakelknoppen op het apparaat.

Astro-schakelklok

Bij een astro-schakelklok zijn de tijdstippen van zonsopgang en zonsondergang in het apparaat opgeslagen. Afhankelijk van de locatie berekent het apparaat automatisch dagelijks deze tijdstippen.

Bewegingsmelder

Bewegingsmelders reageren op beweging in de directe omgeving. Wanneer door de melder een beweging wordt waargenomen en de lichtsterkte onder de ingestelde luxwaarde ligt, wordt de verlichting ingeschakeld. Als er geen beweging meer wordt gedetecteerd, wordt het licht na de ingestelde nalooptijd weer uitgeschakeld. Bewegingsmelders meten de lichtsterkte alleen bij de inschakelprocedure. Dit betekent dat, wanneer voortdurend nieuwe beweging wordt waargenomen, het kunstlicht ook bij toenemend daglicht ingeschakeld blijft. Daarom zijn bewegingsmelders in eerste instantie geschikt voor buitenlocaties of in doorgangsgebieden zoals gangen en trappenhuizen. De meeste bewegingsmelders werken met de PIR-technologie (zie Passief infrarood). Er zijn echter ook bewegingsmelders die met de HF-technologie (zie HF) werken.

Bidirectionele afstandsbediening

Bidirectionele apparaten worden bediend met bidirectionele afstandsbedieningen. Deze afstandsbedieningen kunnen niet alleen opdrachten en instellingen naar het apparaat verzenden, maar ook gegevens ontvangen. Hierdoor kunnen apparaatgegevens en instellingen worden uitgelezen.

Blinds

zie Afdeklamellen

Constantlichtregeling

Voor de constantlichtregeling wordt in de melder een gewenste helderheidswaarde opgeslagen. Als in de ruimte te weinig natuurlijk licht is, voegt de melder kunstlicht toe totdat de combinatie van daglicht en kunstlicht de gewenste helderheidswaarde bereikt.

CRI

zie Kleurweergave

Dagschakelklok

Een dagschakelklok herhaalt het schakelprogramma in de 24-uurscyclus.

DALI

De DALI-techniek is een bussysteem dat oorspronkelijk voor armaturen is ontwikkeld. DALI is de afkorting van 'Digital Addressable Lighting Interface' en definieert een gestandaardiseerde digitale interface voor voorschakelapparaten. Met deze standaard is de uitwisselbaarheid van de voorschakelapparaten van verschillende fabrikanten in een verlichtingsinstallatie gegarandeerd.    

Digitale schakelklok

Op een digitale schakelklok worden het schakelprogramma en veel andere gegevens weergegeven via een LC-display. Deze klok biedt veel meer mogelijkheden voor programmering en regeling dan een analoge schakelklok. Voor een bepaald aantal geheugenplaatsen kunnen schakelprogramma's worden geprogrammeerd, die vervolgens automatisch door de schakelklok worden uitgevoerd.

Detectiebereik

Het detectiebereik is een waarde in meters. Hiermee wordt het bereik aangeduid dat met bewegingsdetectie kan worden bestreken. Hiervoor worden bij aanwezigheidsmelders met PIR-technologie drie waarden opgegeven (beweging dwars op de melder, beweging frontaal naar de melder toe, kleinste bewegingen), want al naargelang de richting waarin de persoon zich beweegt, zijn er grote verschillen in detectiebereik.

DIM/1 – 10 V

DIM is ook wel bekend onder de naam 1-10V-techniek. Deze technologie geldt als de voorganger van DALI, maar wordt tegenwoordig nog steeds veel gebruikt. DIM-aanwezigheidsmelders kunnen armaturen met een 1-10V-voorschakelapparaat dimmen.

DIP-schakelaars

Met een DIP-schakelaar kunt u eenvoudig en snel basisinstellingen uitvoeren op het product (bijv. de keuze tussen DALI en DSI op de DALI/DSI-aanwezigheidsmelders van B.E.G.).

Dubbel slot

zie Sabotagebeveiliging

DSI

De afkorting 'DSI' staat voor 'Digital Serial Interface' en is een beschermd unidirectioneel bussysteem voor verlichtingsregeling. DSI is een voorganger van DALI (zie DALI).

DUO-aanwezigheidsmelder

Met DUO duidt B.E.G. aanwezigheidsmelders aan waarmee twee verlichtingsgroepen worden geregeld. Twee geïntegreerde, verstelbare lichtsensoren meten onafhankelijk van elkaar de helderheid in twee verschillende zones van de ruimte (bijv. een zone bij een raam en een zone zonder lichtinval) voor een vraaggestuurde regeling.

Efficiëntie (led)

De efficiëntie van ledlampen wordt bepaald door de hoeveelheid licht (lumen) per watt die de lamp oplevert. Dit wordt aangeduid in lm/W. Hoe hoger deze waarde, des te hoger de energie-efficiëntie van een lamp.

ETS

Via de fabrikantonafhankelijke software ETS worden KNX-systemen ingesteld. Fabrikanten stellen bij hun producten ook altijd de bijpassende productdatabase voor de ETS ter beschikking.

Gang-aanwezigheidsmelders

Voor gangen heeft B.E.G. speciale lenzen ontwikkeld, waardoor het detectiebereik van deze melders optimaal is afgestemd op lange gangen. Deze melders worden aangeduid met een 'C' in de productnaam.

Gangfunctie

Bij geactiveerde gangfunctie is de volautomatische modus (zie Volautomatisch) na het uitschakelen van het licht via een drukknop voor slechts 10 seconden, in plaats van de ingestelde nalooptijd, gedeactiveerd.

Gangreserve

In tijdschakelklokken met gangreserve bevindt zich een back-upaccu. Deze dient voor het overbruggen van stroomstoringen.

Gewenste waarde

De gewenste waarde is de verlichtingssterkte (luxwaarde) die door de gebruiker in de ruimte gewenst is.

Guided Light/Guided Light PLUS

Guided Light is de naam van een functie die alleen met de verlichtingsregelingsoplossing DALISYS van B.E.G. kan worden gerealiseerd. Bewegingsdetectie in een bepaald bereik kan worden toegepast voor de geautomatiseerde regeling van het licht in een DALI-circuit (Guided Light) of in het hele gebouw (Guided Light PLUS). Met deze functie kan met inachtneming van veiligheids- en comfortaspecten (minimaal oriëntatieverlichting in alle zichtbare bereiken) extra energie worden bespaard (niet-zichtbare bereiken worden uitgeschakeld).

Halfautomatisch

In de bedrijfsmodus 'halfautomatisch' wordt de verlichting niet door beweging geactiveerd, maar moet deze handmatig via een drukknop worden ingeschakeld. Als geen beweging meer wordt gedetecteerd, begint de instelbare nalooptijd waarna de verlichting automatisch wordt uitgeschakeld.

HF (hoogfrequent)

In tegenstelling tot PIR-sensoren zenden hoogfrequentsensoren actief hoogfrequente signalen uit. De weerkaatste, door een object teruggestuurde stralen worden geanalyseerd en gebruikt om bewegende objecten te detecteren.

HKL/HVAC

Met HKL (Heizung Klima Lüftung) duidt B.E.G. melders aan die beschikken over een speciaal kanaal voor de aansturing van verwarming/airco/ventilatie. In het Engels is de term HVAC (Heating, Ventilation and Air Conditioning) gebruikelijk.

IB

De afkorting 'IB' in de productnaam van de bewegings- en aanwezigheidsmelders van B.E.G. staat voor het type montage 'plafondinbouw'.

IK-klasse

Voor de classificatie van mechanische stootbelasting wordt de IK-code of stootvastheid opgegeven. Deze kan ook worden aangeduid als joulewaarde. Hoe hoger de IK-klasse of de joulewaarde, des te hoger is de stootvastheid.

INI-licht

Met de functie INI-ON of INI-OFF wordt bepaald of de hoofdverlichting tijdens de zelftestcyclus ingeschakeld (INI-ON) of uitgeschakeld (INI-OFF) is. Af fabriek is de verlichting doorgaans aan tijdens de zelftestcyclus.

Inschakeldrempel

Bij schakelmelders wordt de helderheidswaarde waarbij de verlichting wordt ingeschakeld, de inschakeldrempel genoemd. Alleen onder deze waarde wordt de verlichting bij beweging ingeschakeld.

IP-klasse

Via de IP-klasse wordt de beschermingsgraad van de producten aangegeven. Het eerste cijfer geeft de bescherming tegen stof aan, het tweede cijfer de bescherming tegen water. Hoe hoger de cijfers, des te hoger is de beschermingsgraad.

IR-adapter

Bij gebruik van de smartphone-app van B.E.G. vindt de infraroodverbinding naar de melder plaats via de IR-adapter van B.E.G. Deze wordt eenvoudig in de hoofdtelefoonuitgang van de smartphone gestoken.

Jaarschakelklokken

Jaarschakelklokken kunnen voor elke kalenderdag afzonderlijk worden geconfigureerd. Hierdoor zijn afwijkende instellingen mogelijk, bijv. voor feestdagen.

KNX

KNX is een wereldwijd gestandaardiseerde veldbus voor het automatiseren van gebouwen. De KNX-standaard is een open standaard, waarbij inmiddels meer dan 400 bedrijven wereldwijd zich hebben aangesloten.

Lichtkleur

De lichtkleur beschrijft de eigen kleur van het uitstralende licht van een lamp. Deze kleur wordt uitgedrukt in Kelvin (K). De meest gebruikte lichtkleuren zijn warm wit (ca. 3000 K), neutraal wit (ca. 4000 K) en daglichtwit (ca. 5600 K).

Lichtstroom

De lichtstroom is de lichtenergie die door een lamp (lamplichtstroom) of een armatuur (armatuurlichtstroom) wordt uitgezonden. De armatuurlichtstroom is altijd kleiner dan de lamplichtstroom, vanwege de verliezen in de armatuur. De lichtstroom wordt opgegeven in lumen (lm).

Lumen

zie Lichtstroom

Lux

zie Verlichtingssterkte

Master-/slave-apparaten

Masterapparaten regelen de verlichting. Ze sturen de schakel- en regelimpulsen naar het aangesloten systeem. Het detectiebereik van een masterapparaat kan door een slave-apparaat worden uitgebreid. 

Menglichtmeting

Onder menglicht wordt de combinatie van natuurlijk licht en kunstlicht verstaan. Bij de menglichtmeting meet de aanwezigheidsmelder het totaal van kunstlicht en daglicht, om bij toenemend daglicht het kunstlicht uit te schakelen.

Nalooptijd

Wanneer de melder geen beweging meer detecteert, begint de nalooptijd, waarna de verlichting wordt uitgeschakeld. De nalooptijd kan door de installateur (binnen bepaalde grenzen) voor de melder worden ingesteld. Hierdoor komen personen die zich enige tijd niet bewegen, niet plotseling in het donker te zitten.

OB

De afkorting 'OB' in de productnaam van de bewegings- en aanwezigheidsmelders van B.E.G. staat voor het type montage 'opbouw' 

Onderkruipbeveiliging

Buitenbewegingsmelders hebben vaak naar voren gerichte sensoren. Om te voorkomen dat onbevoegden langs de wand onder de melder door sluipen, wordt het bereik onder de melder bestreken door de zogeheten onderkruipbeveiliging.

Oriëntatieverlichting

Voor de oriëntatieverlichting wordt in de melder een procentuele dimwaarde opgeslagen. Het licht wordt bijvoorbeeld tot deze waarde verlaagd wanneer er geen beweging meer wordt gedetecteerd. Zo zijn veiligheidsgerelateerde gebieden niet volledig donker maar wordt ten opzichte van de hoofdverlichting toch energie bespaard.

Oriëntatieverlichting Plus

Hetzelfde als 'Oriëntatieverlichting' maar dan met flexibeler instelmogelijkheden (5% tot 90%)

Partyfunctie

De partyfunctie deactiveert de automatische verlichtingsregeling gedurende 12 uur. Hierbij kan de verlichting zijn in- of uitgeschakeld.

Passief infrarood (PIR)

Passieve infraroodsensoren detecteren warmtestraling die door bewegende, warme objecten wordt uitgezonden. Ze zenden zelf geen straling uit en worden daarom passief genoemd.

PC-Tools

PC-Tools is een Windows-toepassingspakket speciaal voor het verlichtingssysteem DALISYS van B.E.G. Met deze toepassingen kunnen alle deelnemers van een DALI-circuit worden geadresseerd, gegroepeerd, geconfigureerd en onderhouden.

Peak (lamp)

De peak (Engels voor piek) is het punt op de lamp dat de hoogste helderheid vertoont. Hierbij wordt de lamp van alle kanten bekeken. Te hoge helderheidspunten op de lamp kunnen tot verblinding leiden.

PF

De vermogensfactor (in het Engels power factor, afgekort PF) is de verhouding tussen het werkelijk vermogen (P) en het schijnbare vermogen (S). Om transmissieverliezen te vermijden wordt in elektrische installaties gestreefd naar een zo hoog mogelijke vermogensfactor. In het ideale geval is deze factor precies 1.

Potentiometers

Met een schroevendraaier kunnen via de potentiometers de basisparameters schakeldrempel, nalooptijd en gewenste helderheidswaarde direct op de melder worden ingesteld.

Projectormodus

Als de verlichting via een aangesloten drukknop handmatig wordt uitgeschakeld, blijft de verlichting uit zolang beweging wordt gedetecteerd plus de ingestelde nalooptijd.

Radarmelders

zie HF

RC-onderdrukkers

RC-onderdrukkers zorgen indien nodig voor de ontstoring van de verlichtingsinstallatie. Om technische redenen kunnen zich bij het schakelen van inductieve belastingen (bijv. conventionele voorschakelapparaten) spanningspieken voordoen. Vooral in combinatie met lange leidinglengten kunnen plafond- of bewegingsmelders hierdoor onbedoeld worden geschakeld. Bij grotere installaties, waarin vele voorschakelapparaten parallel worden aangestuurd, wordt geadviseerd RC-onderdrukkers toe te passen. De beste ontstoring kan worden bereikt door de onderdrukker vlak bij de veroorzaker te installeren.

Reedrelais

Het reedrelais is een bijzonder stil relais, waarbij geen schakelgeluid meer hoorbaar is.

Reflectiefactor

De lichtwaarde die op de werkplek beschikbaar is, verschilt van de lichtwaarde die door de aanwezigheidsmelder aan het plafond wordt gemeten. De reflectiefactor is de verhouding tussen de lichtwaarde aan het plafond en de lichtwaarde op het werkvlak. De reflectiefactor ligt bij gemiddelde ruimteomstandigheden op 2. Deze waarde is af fabriek ingesteld in de melders van B.E.G. Om ruimtelijke afwijkingen te compenseren, kan de reflectiefactor worden gewijzigd.

Regelmodus

In de regelmodus wordt kunstlicht toegevoegd aan het natuurlijke licht of gedimd door de melder.

Sabotagebeveiliging

De sabotagebeveiliging deactiveert de infraroodinterface voor de afstandsbediening in de melder. Hierdoor wordt voorkomen dat zonder toestemming van de eigenaar instellingen per ongeluk of moedwillig worden gewijzigd.

Schakelmodus

In de schakelmodus schakelt de melder het licht in en uit.

Schakeldrempel

De schakeldrempel is de verlichtingssterkte (luxwaarde), waarbij het kunstlicht wordt geactiveerd of gedeactiveerd.

Smartphone-app

Met de smartphone-app van B.E.G. kunnen alle op afstand te bedienen B.E.G.-melders, armaturen, noodverlichting en schemerschakelaars worden ingesteld. Daarnaast kunnen bidirectionele apparaten worden uitgelezen. De app vervangt alle bestaande afstandsbedieningen. Om de app te kunnen gebruiken zijn een compatibele smartphone en de IR-adapter van B.E.G. vereist. Een gebruikersvriendelijke navigatie vergemakkelijkt de bediening van de B.E.G.-apparaten.

Softstart

Soft-Start is een functie die in alle DALI-producten kan worden geactiveerd of gedeactiveerd. Als de functie is geactiveerd, wordt de verlichting bij het inschakelen in eerste instantie op 10% ingeschakeld. Vervolgens wordt het kunstlicht automatisch langzaam verhoogd overeenkomstig de gewenste waarde die is ingesteld. Als de functie is gedeactiveerd, start de regeling na de inschakelopdracht op 100%.

Softstart PLUS

Hetzelfde als 'Soft-Start' maar dan met flexibeler inschakelwaarden (10% tot 90%) en het extra algoritme 'Berekende inschakelwaarde'.

Statusleds

Statusleds dienen voor het weergeven en signaleren van verschillende statussen/functies van de aanwezigheids- of bewegingsmelder.

Testmodus

De testmodus dient om de grootte van het detectiebereik (reikwijdte) te bepalen.  Hiertoe schakelt de melder bij elke gedetecteerde beweging de hoofdverlichting gedurende twee seconden in en vervolgens gedurende twee seconden uit.

TM30

zie Kleurweergave

TRIO-aanwezigheidsmelders

Met TRIO duidt B.E.G. aanwezigheidsmelders aan, die over drie kanalen beschikken. Deze drie kanalen kunnen, afhankelijk van het product, schakelcontacten of DALI-interfaces zijn.

Unidirectionele afstandsbediening

Met een unidirectionele afstandsbediening kunnen opdrachten en instellingen naar een op afstand te bedienen apparaat worden verstuurd. De afstandsbediening kan echter geen gegevens van het apparaat ontvangen.

Vandalismebeveiliging/-bescherming

Voor sommige producten biedt B.E.G. accessoires aan die de producten beschermen tegen onrechtmatige toegang, bijv. een vastgeschroefd afdekplaatje voor de potentiometer.

 

Verlichtingssterkte

De verlichtingssterkte is de lichtstroom die per oppervlakte-eenheid op een vlak valt. De verlichtingssterkte wordt in lux (lx) aangegeven. Dit is de belangrijkste lichtwaarde voor de gebruiker, omdat hiermee de lichtsterkte op de vloeren en werkvlakken wordt aangeduid.

Volautomatisch

In de volautomatische modus reageert de melder op beweging en wordt de verlichting automatisch in- of uitgeschakeld. Bovendien kan de verlichting via een drukknop worden in- en uitgeschakeld.

VZ

De afkorting 'VZ' in de productnaam van de bewegings- en aanwezigheidsmelders van B.E.G. staat voor het type montage ' verzonken'

Weekschakelklok

Met weekschakelklokken kunnen voor elke dag van de week afzonderlijke schakeltijden worden ingesteld.

Persoonlijk advies

Wij staan u altijd met raad en daad terzijde. Bij vragen over een bestelling, producten, techniek of ontwerp kunt u contact met ons opnemen:

Telefon: 0172 47 68 00
E-Mail: info(@)beg-luxomat(.)nl
Contactformulier